Je leest het ene moment dat het aantal vegetariërs in Nederland flink groeit, en het volgende moment dat de meerderheid van de Nederlanders nog steeds trouw vlees blijft eten. Beide berichten kloppen. Hoe kan dat? We doken in de cijfers van verschillende onderzoeksbureaus, van het CBS tot supermarktdata, om te zien wat er nou eigenlijk aan de hand is.

Wat groeit: hoe mensen zichzelf noemen

Onderzoeksbureau Motivaction peilde dat het aandeel Nederlanders dat zichzelf vegetariër noemt, steeg van 9% in 2023 naar 13% in 2025. Het aandeel zelfbenoemde veganisten steeg van 5% naar 8%. Ook de Vegetariërsbond ziet vergelijkbare cijfers terug in haar eigen Vegamonitor. Dit is de identiteit-kant van het verhaal: steeds meer mensen zien zichzelf als vegetariër of veganist. Dat is goed nieuws.

Wat mensen daadwerkelijk eten

Daar tegenover staan cijfers die iets genuanceerders laten zien. Het CBS deed in 2023 voor het eerst onderzoek naar wat Nederlanders precies eten bij hun zeven hoofdmaaltijden per week. Daaruit blijkt dat slechts 0,5% volledig plantaardig eet en 2% helemaal geen vlees eet. Kleine, stabiele groepen dus.

Ook Wageningen Economic Research volgt de vleesconsumptie al jaren. Die groeide van 75,1 kilo per persoon in 2022 naar 75,3 kilo in 2023, vrijwel gelijk gebleven. Brancheorganisatie Nederland Vleesland ziet hetzelfde beeld: 95% van de Nederlanders eet vlees, tegenover 94% in 2022, en het gemiddeld aantal dagen per week met vlees steeg licht van 4,8 naar 4,9. De harde kern van fanatieke vleeseters blijft dus behoorlijk stabiel.

De echte groeier: de flexitariër

Wat wél overtuigend groeit, is de tussencategorie. Volgens het CBS kiest 22% van de Nederlanders minstens drie dagen per week bewust voor een hoofdmaaltijd zonder vlees of vis, en nog eens 43% doet dat een of twee dagen per week. Opgeteld was in 2023 een kwart van alle hoofdmaaltijden in Nederland vegetarisch. De harde kern van vegetariërs en veganisten groeit maar mondjesmaat, maar de grote middengroep die af en toe bewust minder vlees eet, wordt wel steeds groter.

En wat gebeurt er in de supermarkt en de horeca?

Hier wordt het pas echt interessant, want supermarkt en horeca laten juist tegenovergestelde bewegingen zien. In de supermarkt daalt de verkoop van vleesvervangers al een paar jaar. Marktonderzoeker NielsenIQ signaleert sinds 2022 een jaarlijkse daling van 3 tot 4%, met een dip van 7% in het meest recente jaar. In het tweede kwartaal van 2025 verkochten supermarkten bijna 10% minder vegavlees dan een jaar eerder, terwijl de gewone vleesverkoop juist met ruim 1% steeg.

In de horeca en catering gebeurt juist het tegenovergestelde. Daar verdubbelde de verkoop van vleesvervangers tussen 2021 en 2023 ruim, van 1,36 naar 2,87 miljoen kilo per jaar, een stijging van 111%. Zuivelalternatieven groeiden met 82%. Het marktaandeel van plantaardige vlees- en zuivelvervangers in de horeca is daarmee inmiddels hoger dan in de supermarkt. Restaurants, bedrijfscateraars en onderwijsinstellingen lopen dus voorop, terwijl de supermarkt juist een moeilijke periode doormaakt.

De stille trend: vlees met een plantaardige aanvulling

Terwijl volledig plantaardige vleesvervangers het in de supermarkt lastig hebben, wint een heel ander soort product juist snel terrein: hybride vlees. Dit zijn gewone vleesproducten waar een deel van het vlees is vervangen door plantaardige eiwitten, bijvoorbeeld gehakt met erwteneiwit of worst met knolselderij. Bij Jumbo is inmiddels al 65% van de hamburgers en worsten deels plantaardig samengesteld, en supermarkten als Lidl en Albert Heijn breidden hun hybride assortiment de afgelopen tijd flink uit.

Wat opvalt, is de manier waarop dit wordt gebracht. Jumbo laat weten dit bewust niet uitbundig te communiceren, om klanten zonder afschrikken mee te laten doen aan een plantaardiger dieet. En waar deze producten eerder werden verkocht op duurzaamheid, ligt de nadruk nu vaker op andere voordelen: minder verzadigd vet, meer vezels, een betere prijs. Sommige fabrikanten gebruiken zelfs de term "balanced protein" in plaats van te spreken over minder vlees of minder klimaatimpact. Duurzaamheid is voor deze producten dus niet meer het verkoopargument nummer één, gezondheid en prijs wel.

Dus, wat is nu het eerlijke verhaal?

Er is niet één simpel antwoord op de vraag of Nederland "meer" of "minder" vegetarisch eet. Het hangt er helemaal vanaf wat je meet. Vraag je mensen hoe ze zichzelf zien, dan groeit de groep vegetariërs en veganisten gestaag. Vraag je wat er daadwerkelijk op hun bord ligt, dan is de harde kern nog altijd klein en stabiel. Kijk je naar volledig plantaardige vervangers in de supermarkt, dan zie je een terugval. Maar kijk je naar restaurants en catering, of naar de stille opmars van hybride vlees, dan zie je juist een duidelijke verschuiving richting minder dierlijk eiwit, alleen dan zonder dat het zo genoemd wordt.

Misschien is dat wel het meest realistische beeld: de verandering verloopt niet overal even snel of even zichtbaar, en niet iedereen hoeft zich vegetariër of veganist te noemen om toch bij te dragen. Elke vegetarische maaltijd, elk hybride worstje, telt mee. En op dit moment lijkt die beweging het hardst te gaan op plekken waar je het niet meteen verwacht: in de horeca, en stiekem ook gewoon in, voor veel mensen, het vertrouwde pak gehakt.

Bronnen: CBS, Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2023, Nederland Vleesland via Eiwittrends, Wageningen Economic Research via Evmi, Foodclicks over horeca-cijfers, Circana via Change Inc, hybride vlees bij Jumbo en Lidl, Foodlog over "balanced protein" en Vegetariërsbond, Vegamonitor 2026.